Gepaste straf voor jeugddelinquenten, goede zorg voor jongeren in moeilijkheden

De gesloten jeugdinstellingen in Vlaanderen zitten muurvast: jongeren die er thuishoren omdat ze criminele feiten gepleegd hebben, geraken er soms niet in door plaatsgebrek. Dit terwijl andere, kwetsbare jongeren er wél belanden omdat een passend alternatief ontbreekt. In een nieuwe resolutie stellen Toon Vandeurzen (cd&v), Eva Ryde (N-VA) en en Tina Van Havere (Vooruit) een reeks maatregelen voor om instroom, doorstroom en uitstroom weer op elkaar af te stemmen zodat jongeren die in de problemen zitten, steeds op de juiste plek terechtkomen. 

Om het plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen aan te pakken komen Vlaams parlementsleden Toon Vandeurzen (cd&v), Eva Ryde (N-VA) en Tina Van Havere (Vooruit) met een nieuw voorstel van resolutie ter optimalisering van de instroom, doorstroom en uitstroom in de Vlaamse gemeenschapsinstellingen. “De inzet is de veiligheid in Vlaanderen. Als een jeugdrechter beslist dat een jongere die criminele feiten pleegt naar een gesloten instelling moet en als die plaats er vervolgens niet is, dan loopt het drie keer mis: de samenleving is niet beschermd, de begeleiding van de jongere start niet op én het vonnis blijft een dode letter, wat een gevoel van straffeloosheid geeft”, stelt initiatiefnemer Toon Vandeurzen.  

Instroom, doorstroom en uitstroom aanpakken 

 Om dit aan te pakken is volgens de indieners nodig om op voldoende capaciteit te werken in gesloten instellingen maar ook op betere registratie, infodeling en doorstroom naar de jeugdhulp. De instroom, doorstroom en uitstroom moet onder de loep genomen worden. Uit cijfers blijkt immers dat Vlaanderen 2,5 keer zo veel jongeren in een gesloten instelling plaatst dan buurland Nederland. Het aantal jongeren stijgt ook jaar na jaar: in totaal gaat het om 2.169 opnames in 2025, tegenover circa 1.600 in 2019 — ruim een derde meer op zes jaar tijd. 

Instroom 
Zo vragen de indieners in de eerste plaats om de zogenaamde ‘vermoffing’ aan te pakken, waarbij jongeren die in principe nood hebben aan een reguliere jeugdhulpvoorziening, bijvoorbeeld omwille van een verontrustende thuissituatie, aan de hand van een licht delict geplaatst worden in een gesloten instelling. Op die manier willen de jeugdmagistraten de veiligheid van de jongere in kwestie garanderen. “Een begrijpelijke keuze van die magistraten die roeien met de riemen die ze hebben, maar het is uiteraard geen langetermijnoplossing. De geplaatste jongere heeft nood aan andere hulp en de gesloten instellingen hebben op die manier niet voldoende capaciteit om jeugddelinquenten die wél zware feiten pleegden vast te zetten”, duidt Vandeurzen.  

In hun resolutie vragen de indieners concreet om betere screening van het type jongeren dat vandaag in een gesloten instelling zit. “We moeten zicht krijgen op wie er als slachtoffer tussen daders zit. Door dit in kaart te brengen kunnen voor die individuele gevallen oplossingen gezocht worden. Bovendien moeten geplaatste jongeren ook sneller de juiste begeleiding krijgen. Een opsluiting mag geen verloren periode zijn voor die jongeren”, zegt Vlaams parlementslid Eva Ryde. 

 “We vragen al langer een aanpak die de volledige keten versterkt. Daarom zijn we tevreden dat de ministerraad onlangs nog besliste om bijkomende middelen naar de jeugdhulp te laten gaan. Jongeren moeten op het juiste moment de juiste hulp krijgen”, aldus de initiatiefnemers. 

Doorstroom  

Elke plaatsing van een minderjarige in een gesloten instelling begint met een maand gesloten oriëntatie in de gesloten jeugdinstelling De Grubbe, waar in kaart wordt gebracht wat de jongere nodig heeft. Blijkt daaruit dat langdurige opsluiting nodig is, dan moet hij of zij doorstromen naar een gemeenschapsinstelling — maar veel van die gesloten instellingen puilen uit. In 2025 konden 73 jongeren omwille van plaatsgebrek niet doorstromen.  

 Ook tijdens de opsluiting: de juiste zorg 

Voor de indieners stopt de aandacht niet bij een plaats vinden. Ook tijdens het verblijf in een gemeenschapsinstelling moet er ruimte zijn voor zorg op maat. “ 

In de gemeenschapsinstellingen wordt elke dag gewerkt aan begeleiding, therapie en onderwijs, en dat verdient waardering. Wij willen dat dit werk niet stilvalt of onderbroken wordt voor een jongere. Zeker voor jongeren met een complexe zorgvraag moeten we bekijken hoe het zorgtraject al tijdens het verblijf kan starten. Zo verliest een jongere geen kostbare tijd en staat hij of zij sterker wanneer het weer naar buiten gaat”, zegt Tina Van Havere (Vooruit). 

De indieners vragen daarom om school en lopende therapie zo veel mogelijk te laten doorlopen tijdens een plaatsing. En om binnen de gemeenschapsinstellingen een zorgaanbod uit te bouwen dat rekening houdt met de noden van elke jongere. 

Uitstroom  
Ook de uitstroom moet vlotter verlopen: jongeren die van de jeugdrechter naar buiten mogen, blijven toch zitten omdat de nazorg niet op tijd klaarstaat. Soms duurt een verblijf op die manier 4,5 maanden langer.. Die jongeren bezetten een bed dat een ander nodig heeft én hun tweede kans wordt uitgesteld. Het bestaande registratiesysteem moet daarom volgens de indieners ook inzetten op de uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen. Zodat centraal wordt opgevolgd wie klaar is om te vertrekken, welke nazorg nodig is, in welke gemeenschapsinstellingen plaatsen vrijkomen en welke jongeren prioritair geplaatst moeten worden op de vrijgekomen plekken. 

“Het gevoel van straffeloosheid moet aangepakt worden: kwetsbare jongeren moeten een plek vinden in de jeugdhulp en jeugddelinquenten die zware feiten plegen kunnen en mogen we niet zomaar naar huis sturen. Het kan niet de bedoeling zijn dat slachtoffers, kwetsbare jongeren die in een moeilijke thuissituatie opgroeien, bij daders geplaatst worden”, besluiten de indieners.  

Learn how we helped 100 top brands gain success